Jacin Trill wil rode lopers, TV programma’s en het album van het jaar

Jacin Trill heeft vandaag zijn derde project Happyland 2.0 gedropt. De 19-jarige rapper uit Hoorn heeft een bijzonder jaar achter de rug waarin hij heel Nederland liet kennismaken met zijn eigen, super positieve sound. Vlak voor zijn show in een uitverkochte Paradiso Noord spraken wij de koning van Happyland over de beste twaalf maanden uit zijn leven, het opmerkelijke doel dat hij heeft voor Happyland 2.0, de nieuwe kanten van zijn muziek en zijn ‘workcation’ in Amerika.

Explosieve doorbraak
De afgelopen twaalf maanden waren zonder twijfel die van Jacin Trill. De rapper bracht in mei 2017 zijn eerste echte single Kspreyopjebytch uit en na het droppen van de videoclip ging het heel hard. Met onder meer co-signs van Ronnie Flex en Bokoesam werd het nummer in één klap gebombardeerd tot zomerhit. Met het droppen van zijn Happyland mixtape in september maakte Jacin de hoge verwachten waar. De elf tracks zijn inmiddels miljoenen keren beluisterd en bereiken zelfs een internationaal publiek. Het vervolg op Happyland, de Zo Vader Zo Zoon EP, deed het niet veel slechter en kwam op nummer één binnen in de hitlijsten.

808Milli heeft een belangrijk aandeel gehad in de doorbraak van Jacin Trill. Het eerste project waar de twee samen aan werkten was de Happyland mixtape, wat direct een succes werd. Inmiddels is Miel uitgegroeid tot de vaste sidekick van Jacin en dat zal in de toekomst niet snel veranderen, zo vertelt de rapper. “Miel is heel belangrijk voor me, maar natuurlijk zitten we niet aan elkaar vast. Hij is een producer en ik ben een artiest. Ik krijg ook beats doorgestuurd van grote Amerikaanse producers -waar ik trouwens super lacking op ben gegaan- en in dat geval zal Miel mij ook voor mij blijven masteren. Hij weet het best hoe mijn stem werkt en hoe ik opneem. Wat voor sounds ik wil. Hoe gek ik het wil hebben. Behind the scenes is Miel er altijd en dat zal hij ook altijd blijven.”

Jacin Trill interview

Een explosieve doorbraak zoals die van Jacin Trill zie je niet vaak. Alles lijkt makkelijk te lukken en de ene zaal is nog voller dan de ander. Een belangrijk moment in het afgelopen jaar was het optreden op het feest van hiphopcollectief Smib en kledingmerk The New Originals. Hij vertelt: “Smib/TNO Fest was de eerste keer dat ik echt in mezelf begon te geloven. Ik was toen niks, niemand. Ik was allleen die guy van Kspreyopjebytch. Toen kwam er een gigantische moshpit en dat werd ook nog eens gefilmd door Ronnie. Vanaf dat moment besefte iedereen mij en vanaf toen is elk optreden ook ham gegaan. Daar is het echt begonnen voor mij.” Inmiddels treedt Jacin op in bomvolle zalen en dat vindt hij zelf soms nog maar moeilijk te geloven. “Laatst in Groningen was heel speciaal. Daar sta je voor 7000 man. Tijdens het optreden zelf besef je dat niet, maar als je de filmpjes achteraf ziet komt het wel binnen. Iedereen zingt daar alles mee en dat binnen een jaar. Dat is best bijzonder.”

Rode loper
Inmiddels is Jacin Trill toe aan het tweede deel van Happyland. Het project is naar eigen zeggen een ‘geüpgrade versie’ van het eerste deel, wat ook terug te zien is in de titel; Happyland 2.0. Dat belooft veel goeds, maar de ontvangst van de eerste single Clout viel de jonge rapper stiekem een beetje tegen. In een video op zijn Instagram vroeg hij zich hardop af hoe dat kwam. Hij vertelt: “Ik maak me er niet echt druk over, hoor. Maar als je die artiest bent met millie’s op je naam dan is het een beetje gênant als zo’n track op het begin maar weinig plays pakt. We hadden het gewoon op YouTube gegooid en verder ook niet gepromoot. Toen heb ik een wakeup call geplaatst op mijn Instagram en even gezegd: ‘hoe?’ Vanaf dat moment waren er gelijk 30.000 views bij en de dag erop ook. Ik heb weer even laten zien: I’m here. Miel en ik maken de muziek uiteindelijk vooral voor onszelf, dus echt teleurgesteld zijn we nooit.”

Jacin heeft een opmerkelijk doel voor zijn tape. Natuurlijk wil hij graag op nummer één binnenkomen in de hitlijsten, maar Happyland 2.0 moet de rapper uit Hoorn vooral een plekje op de rode loper veroveren. Jacin Trill: “Een jongen van negentien op de rode loper, stel je voor. Ik sta daar dan in mijn blauwe Bonne Suit met twee Apple Watches. Niemand van die BN’ers kent je en iedereen gaat dus vragen waar je vandaan komt. Dan zeg ik dat ik het album of the year heb gemaakt. Daar heb ik nu al zin in.”

Op Happyland 2.0 wil Jacin nieuwe kanten van zichzelf laten zien. Hij vertelt: “De Jacin Trill-vibes die blijven natuurlijk gewoon, maar het zijn uitgebreidere vibes. Meerdere kanten betekent niet dat ik Lil Uzi-achtige emo-tracks ga maken. Je moet geen emo project verwachten, ben je gek! Die nieuwe tunes gaan vooral dieper. Je gaat het nog meer waarderen wat ik te melden heb.” Na de zomer komt Jacin Trill alweer met een nieuw project, ditmaal een EP. “Dat gaat hoe dan ook het EP of the year worden, dat weet ik nu al. Ik vind de EP persoonlijk nog harder. Er staan producties op van Miel en Esko en hij komt na de zomer. Meer kan ik niet zeggen.”

Jacin Trill interview

Amerika
Een bijzonder moment in de afgelopen twaalf maanden was de eerste trip die Jacin Trill maakte naar Miami. Ugly God vloog de rapper uit Hoorn naar de Verenigde Staten om met hem en 808Milli te werken. Het resultaat is voorlopig alleen nog de single lettetznow, maar we kunnen hopelijk nog meer van het drietal verwachten. Na zijn show met Bokoesam in Paradiso Noord vloog de rapper opnieuw naar Miami, weer voor een ‘workcation’. Jacin: “De studio met Ugly God ga ik niet in, want daar is het nu veel te druk (vanwege het Rolling Loud Festival, red.). Wel ga ik een videoclip opnemen en connecties proberen op te bouwen. Trippie Red is er bijvoorbeeld ook. Die zei dat hij fockte met mijn muziek. Je kan het altijd proberen. Doorbreken in Amerika is een droom voor me. Vooral om het te doen in het Nederlands. Als mij dat lukt…”

Hij besluit: “Ik ben eigenlijk nog veel te klein. Eerst moet ik op de rode loper komen en bij RTL Boulevard aan desk en daarna wil ik doorbreken in Amerika. Ik wil dat Nederland niet meer om mij heen kan.”

Tekst: Daniël Mol | Foto’s: Nelson Hillebrand