Als het om
Rico Verhoeven gaat, neemt
Remy Bonjasky nooit een blad voor de mond. Wanneer vechtsportverslaggever en kickbokscoach Zacky Derouich Bonjasky voor de camera krijgt, ondervraagt hij hem over zijn favoriete kickboksers via een soort quiz.
Bonjasky krijgt een reeks namen voorgeschoteld, waarbij hij telkens mag kiezen wie er door mag naar de volgende ronde. Verschillende iconen passeren de revue: Peter Aerts, Sem Schilt, Gökhan Saki, Errol Zimmerman, Melvin Manhoef, Tyrone Spong, Alistair Overeem, Badr Hari, en natuurlijk Bonjasky zelf.
★
Voor vaste lezers
Mis geen nieuws meer van Puna.nl
Open Google en kies Puna.nl als voorkeursbron.
Open Google ›
Aanbevolen Video
Scroll om verder te lezen.
Maar zodra de naam Rico Verhoeven valt, verandert Bonjasky’s toon compleet. Waar hij alle andere namen een plek gunt tussen de grootheden van het kickboksen, is dat voor Verhoeven niet het geval. “Als ik namen hoor zoals Verhoeven… misschien had hij niet eens in dat rijtje moeten staan,” stelt Bonjasky. “Van mensen zoals Peter Aerts, Ernesto Hoost, Sem Schilt, Manhoef, Tyrone Spong, ik, dan hoort Verhoeven daar echt niet tussen.”
Ondanks het feit dat Verhoeven al meer dan tien jaar de wereldkampioen in het zwaargewicht is bij GLORY, vindt oud-kampioen Bonjasky dat zijn naam niet thuishoort in het rijtje legendarische vechters.
Bonjasky was recent te gast bij de Vechtersbazen podcast waar hij uitlegt waar de wrijving tussen hem en Verhoeven vandaan komt. Ze zouden jaren terug de ring in gaan, maar dat werd afgeblazen omdat Glory te weinig geld bood. Door steken en publieke meningsverschillen zorgde dit voor spanningen.
Volgens Bonjasky heeft Verhoeven ook moeite met zijn kritische mening. “Ik ben altijd eerlijk. Veel mensen doen stoer met de camera uit, maar zeggen niks als de camera aanstaat. Rico vindt het lastig als ik iets zeg wat hij niet leuk vindt.”
Toch benadrukt Bonjasky dat hij Verhoeven ziet als een goede sportman en ambassadeur voor de sport. “Maar als je boven het maaiveld uitsteekt, moet je ook kritiek kunnen verdragen. Dat geldt voor mij, maar ook voor hem.”